De goedkoopste manier om veel planten in je tuin te krijgen is door ze te stekken. Je gebruikt dan een stuk van een volwassen plant om nieuwe exemplaren van te maken. Van veel planten kun je heel makkelijk stekken nemen. Het bestaat vaak uit een stukje stengel, een blad of een wortel die in aarde of water wordt gezet om wortels te ontwikkelen en uit te groeien tot een nieuwe plant.
Je kunt vrijwel alle planten die een niet houtachtige stengel hebben stekken, dus veel vaste planten maar zeker ook struiken en heesters, zolang je maar de nieuwe verse groene groei gebruikt en niet de wat oudere verhoutte delen.
Winter- en zomerstekken
Veel stekken neem je het liefst in het voorjaar tot begin zomer (mei/juni). De planten zijn dan nog heel groeikrachtig en verse stelen. Het is dan ook nog niet zo warm en je hebt genoeg tijd om de stekken ook nog te verpotten en later uit te planten zodat ze nog kunnen groeien en sterk de winter in kunnen gaan.
Winterstekken
Winterstekken (houtstekken) maken is een eenvoudige manier om bladverliezende struiken en bomen te vermeerderen als ze in rust zijn en de balderen gevallen (november-februari).
- Knip gezonde, rechte, houtachtige takken die dit jaar zijn gevormd van ongeveer potlooddikte. Het het zachte, dunne topgedeelte snijd je eraf, want dit wortelt niet goed.
- knip de onderkant recht af net onder een knoop (verdikking) en knip de bovenkant schuin af boven een knoop. Dit helpt om de stek niet op zijn kop te zetten en voorkomt inwatering.
- Steek de stekken voor 2/3 in potgrond of volle grond.
- Houd circa 10 cm afstand tussen de stekken.Verzorging: Houd de grond vochtig. In het voorjaar zullen de stekken wortels en nieuwe knoppen vormen.
Zomerstekken maak je van juni tot augustus. Het is prima manier om heesters, kruiden en vaste planten te vermeerderen.
Snijd gezonde, jonge scheuten van 10-15 cm (zonder bloem), verwijder de onderste bladeren, doop ze in stekpoeder en plaats ze in potjes met stekgrond op een lichte, vochtige plek.
Verschillende Stekmethoden
Je hebt verschillende manieren om stekken te nemen. De bekendste zijn: kopstekken, hielstekken, tussenstekken, en wortelstekken.
Waterstekken
Misschien wel de bekendste en simpelste manier om planten te vermeerderen is het zogenaamde waterstekken waarbij je een stekje laat wortelen in een glas met water. Dat werkt meestal prima en zorgt dat je de wortelontwikkeling kunt zien. Je gebruikt deze methode vaak voor kamerplanten. Knip een gezonde stengel, verwijder de onderste bladeren, en zet deze in water (op een lichte plek, niet in direct zonlicht). Ververs het water bij algenvorming en plant de stek in de aarde zodra de wortels enkele centimeters lang zijn. Heel geschikt voor bijvoorbeeld citroengeraniums, maar ik heb zelf ook prima resultaten met de takken van krulwilg en kornoelje die ik altijd als paastakken gebruik.
Kopstekken
Bij Kopstekken snijd je een stuk van de jonge top van een plant af. Dit deel bevat vaak nog geen bloemen en is rijk aan groeihormonen, wat de wortelvorming bevordert.
Deze methode wordt veel toegepast door hobbytuinders en professionele kwekers vanwege de hoge slagingskans en het relatief korte groeitraject. Kopstekken kun je het beste in de lente nemen.
Het nemen van kopstekken heeft veel voordelen:
- Snelle vermeerdering: Nieuwe planten woretelen vaak binnen enkele weken.
- Kostenbesparend: Je hoeft geen nieuwe zaden te kopen.
- Behoud van eigenschappen: De nieuwe plant is genetisch identiek aan de moederplant, waardoor gewenste kenmerken behouden blijven.
- Geschikt voor veel soorten: Veel struiken, kruiden, kamerplanten en vaste planten kunnen via kopstekken worden vermeerderd.
Hoe maak je een kopstek?
- Kies een gezonde moederplant uit met sterke, jonge scheuten.
- Snijd een stukje van ongeveer 10 tot 15 centimeter van de top van een scheut af, net onder een bladknoop.
- Verwijder de onderste bladeren zodat er geen bladeren in de aarde komen te zitten, dit voorkomt rot.
- Optioneel kun je de onderkant van het stekje in stekpoeder dippen om de wortelvorming te stimuleren.
- Plaats het stekje in een pot met vochtige, luchtige stekgrond of een mengsel van zand en goede potgrond.
- Zet het stekje op een lichte plek, maar niet in direct zonlicht, en houd de grond vochtig.
- Na enkele weken ontstaan er wortels en kan de nieuwe plant voorzichtig worden overgeplant.
Hielstekken
In de hiel van een zijscheut van een plant of heester zitten veel groeihormonen die helpen bij het sneller wortelen van de stek. Hielstekken neem je het beste van houtige planten met stevige takken of oude planten die niet meer in topconditie zijn, bijvoorbeeld rozemarijn, lavendel, herfstasters, vlier, oleander, chrysant, azalea en rododendron. Je neemt ze bij voorkeur vanaf halverwege de zomer tot het begin van de herfst.
Hoe maak je een hielstek?
- Kies een gezonde, jonge zijscheut van de plant die nog geen bloemen of knoppen draagt.
- Trek de zijscheut voorzichtig en schuin naar beneden weg van de hoofdstengel. Hierdoor blijft er een klein stukje bast en weefsel van de hoofdtak aan de stek zitten; dit is het “hieltje”.
- Snijd de rafels aan het hieltje netjes bij met een scherp en schoon mesje.
- Verwijder de onderste bladeren van de stek om verdamping (vochtverlies) te voorkomen, maar laat aan de top een of twee bladparen zitten.
- Optioneel: Doop de onderkant van de stek in stekpoeder om de wortelgroei te stimuleren.
- Steek de stek in een potje gevuld met vochtige stekgrond (of een mix van potgrond en scherp zand).
- Zet de pot op een lichte plek, maar niet in direct zonlicht. Gebruik een doorzichtige zak of kweekkap om de luchtvochtigheid hoog te houden.
Tussenstekken
In het voorjaar en de vroege zomer kun je ook tussenstekken nemen. Een tussenstek maak je van het middelste deel van een stengel met blad, maar zonder de kop. Het voordeel van tussenstekken is dat je meer stekjes kunt nemen uit één langere stengel, het nadeelis dat ze vaak wat minder snel wortelen. ,Tussensteken kun je vooral nemen van klimplanten, hangplanten en kruipende planten, zoals Clematis en klimop. Ook van planten met korte stengeldelen tussen bladknopen, zoals fuchsia’s en van kruiden als verse tijm, salie of rozemarijn kun je goed tussenstekken nemen.Je gebruikt daarvoor dus het middenstuk van een tak, zonder de top.
- Knip 1 of meer stukjes van de gezonde stengel van de moederplant van 3 vingers lang. De onderkant van de stek knip je af tussen twee bladknopen.
- Verwijder de onderste blaadjes.
- Schraap met een mesje van boven naar beneden op één plek een stukje bast weg ter grootte van een centimeter.
- Dip de stek met de wond in wat stekpoeder, tik overtollig poeder af.
- Steek je stekje in een pot met stekgrond (of potgrond met zand).
- Geef water.
- Doe er een plastic zak omheen of zet ze in een kweekbak tot ze zijn geworteld.
Wortelstekken
Sommige planten kun je vermeerderen door gewoon een stukje wortel af te snijden en dat in de grond te stoppen. Bekende wokeraars als haagwinde en munt worden er wel om gehaat, want uit elk stukje wortel dat in de grond blijft zitten, groeit weer een nieuwe plant!
Maar je kunt hier natuurlijk goed je voordeel mee doen als je bijvoorbeeld meer munt in je tuin wilt hebben. Graaf daarvoor de witte wortels op. Knip daar stukken van ca. 4 of 5 cm van met een groeipunt en wat jonge wortels. Sop ze in een pot en dek ze af met een dun laagje grond. Binnen een week komen de jonge scheuten al boven de grond. Als ze vier blaadjes hebbenkun je de plantjes uit elkaar halen en buiten uitplanten.
Stengelstekken
Bij stengelstekken snijd je jonge scheuten direct bij de grond af, zo dicht mogelijk bij de wortel. Je ziet op daar meestal een soort verdikking waar je doorheen moet knippen. Op die manier neem je een stukje van de moederplant naar de stek. Plant deze stek in een pot met potgrond, geef water en wacht rustig af tot er wat gebeurt.
Dit type stekken neem je het beste aan het eind van de winter of in het vroege voorjaar, tot en met april. Deze methode is vooral geschikt voor planten met holle stengels zoals Ridderspoor, Lupine), dahlia’s, brem, vlambloem (Phlox).
Bladstekken
De bladstekmethode gebruik je vooral vetplanten en cactussen, maar ook bladbegonia en Sansevieria kun je op deze manier vermeerderen. Je knipt, breekt of scheurt een gezond blad van de moederplant, laat de wond eventueel even drogen (verplanten en cactussen) , zet in een potje met potgrond en geef water.
Algemene tips voor succesvol stekken
- Werk schoon: gebruik scherpe en schone snoeigereedschappen om infecties te voorkomen.
- Zorg voor een vochtige omgeving: zorg voor een hoge luchtvochtigheid rondom het stekje, bijvoorbeeld door een doorzichtige plastic zak over de pot te plaatsen.
- Voorkom uitdroging: vermijd direct zonlicht om uitdroging te voorkomen.
- Zorg voor een warme omgeving: houd de temperatuur rond 18-22 graden Celsius voor optimale wortelgroei.

