• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
tuinverhalen logo

Tuinverhalen

Dagboek van een natuurlijk tuinierster

  • Home
  • Verhalen
  • Moestuin
    • Combinatieteelt en bemesting
    • Handige moestuinkalender
    • Kruiden
    • Moestuingroepen en vruchtwisseling
    • Overzicht van moestuingewassen
  • Tuintips
    • Planten vermeerderen
    • Snoeien
    • Handige websites
  • Vijver
  • Plantenparade
  • Recepten
winterzaaien

De kunst van het voorzaaien

Eén van de leukste dingen van tuinieren is het zelf voorzaaien van je toekomstige plantjes. Het begint al met het kiezen en bestellen van de gewassen die je het komende jaar in je tuin wilt zien. Dat kun je al lekker op je gemak in de winter doen. Zelf bestel ik de meeste zaden bij biologische telers als De Bolster en de Zaderij. Ik bewaar de zaden in mijn speciale zaaikist. Dat is gewoon een piepschuim koelbox die ooit per ongeluk is achtergebleven na een online aankoop van het een of ander. Komt goed van pas voor mijn zaadjes, want die moet je koel, droog, vorstvrij en donker bewaren. De kist bewaar ik zomers in de kelder (zalig dat ik die heb!) en in de winter op zolder.

In januari begint het al echt te kriebelen: dan haal ik de kist tevoorschijn en ga ik de boel alvast ordenen: moestuingewassen bij elkaar, kruiden krijgen een apart vakje en bloemen ook. Ik sorteer elke categorie op zaaimaand van vroeg naar laat, zodat ik gewoon van voor af aan kan werken. Ook check ik meteen of zaden niet te oud zijn, want de ervaring leert dat de kiemkracht van veel zaden echt achteruit gaat na de aangegeven houdbaarheidsdatum op de verpakking. Iets om op te letten dus. Oude zaden doe ik in een aparte bak en die strooi ik in maart uit in de Jubse bergen, mijn ruige stuk tuin achter op het land. Wie weet, komt er nog iets uit en anders is het lekker voor de vogeltjes en muizen.

En dan begint in Februari het grote feest steevast met aubergines, pepers en paprika’s. Die hebben nogal wat tijd nodig, dus vroeg beginnen is een must. Ze hebben ook veellicht en warmte nodig, daarin gebruik ik voor deze zaden een propogator, een soort warmhoudplaatje voor plantjes, en een eenvoudige groeilamp.

Maart en april zijn de drukste maanden om te zaaien, maar eigenlijk kun je als je wilt het hele jaar doorgaan. Bij mijzelf komt tot nu toe de klad er omstreeks mei een beetje in omdat ik vanaf april eigenlijk vooral rechtstreeks buiten zaai.

In de volgende artikelen vind je handige tips over het voorzaaien. Veel informatie kun je vinden op de geweldige site van Diana’s mooie moestuin en het MoesmeisjeWat heb je nodig:

  • zaai- en stekgrond
  • zaaibakje of potjes
  • afdekmateriaal
  • zaad
  • labeltjes
  • stokje om gaatjes te maken
  • eventueel een miniserre, of propogator
  • eventueel een groeilamp
  • geluk en geduld

Bakjes potjes en zaaitrays

Voor bakjes kun je alles gebruiken zolang er maar een mogelijkheid in zit om af te wateren (gaatjes in de bodem) en ze moeten schoon zijn. Zelf heb ik de afgelopen een flinke verzameling plastic potjes, zaaitrays, yoghurtbakjes, ezovoort gespaard die ik steeds weer hergebruik. Is voordelig en het scheelt weer troep in het milieu…

Zaaitrays zijn bakken met meerdere kleine zaaipotjes bij elkaar. Heel handig als je veel van een bepaald gewas ineens wilt voorzaaien. Je kunt ze los kopen of in combinatie met een klein minikasje met deksel. Ik heb er een heel stel van in verschillende soorten en maten en ze zijn allemaal even handig (ook de goedkope van bijvoorbeeld de Action of de Lidl). Omdat voorzaaien meestal in warme, vochtige omstandigheden moet gebeuren, is zo’n minikaskje heel praktisch.

Verder kun je ook prima eierdozen, wc-rollen en (ongekleurde) kartonnen bakjes gebruiken. Ik gebruik die vooral voor zaden die snel kiemen (bijvoorbeeld lathyrus , erwten), of die er niet van houden om verpot te worden (bijvoorbeeld papavers). Het nadeel van karton vind ik zelf dat het vaak wat kledderig wordt en bij teveel vocht kan gaan schimmelen. Goed letten dus bij het water geven.

Zaai- en stekgrond

Voorzaaien doe je in schone, voedselarme, luchtige grond. Gewone potgrond of tuingrond is daar meestal niet geschikt voor omdat die teveel voedingstoffen bevat waardoor je het risco loopt op slappe slungels. Je wilt in eerste instantie dat het zaadje kiemt en een sterk worteltje maakt en arme,luchtige grond is daar ideaal voor.

Ik gebruik zelf het liefst (biologische) kant en klare zaai-en stekgrond. Zaai- en stekgrond is arm aan voeding, wat de wortelgroei stimuleert en voorkomt dat jonge plantjes verbranden.

Maar je kunt het ook prima zelf maken. Meng 3 delen (luchtige, liefst turfvrije) schone potgrond met 1 deel scherp zand (brekerzand of speelzand) voor een ideale, voedingsarme structuur. Voeg voor extra luchtigheid en vochtregulatie nog 1 deel perliet toe (verhouding 3:1:1). Alternatief: Meng 1/3 deel compost met 1/3 deel tuinaarde en 1/3 deel scherp zand.

Zaaien

  • Doe een flinke bodem water in de opvangschaal waarin je potjes komen te staan.
  • Vul het zaaibakje met zaai- en stekgrond en wacht tot de grond licht vochtig aanvoelt.
  • Gooi het overtallige water uit de opvangschaal
  • Druk de grond lichtjes aan zodat hij luchtig blijft en de worteltjes van de zaadjes niet kunnen verstikken.
  • Strooi fijn zaad uit over de grond. Pas op: niet te dicht zaaien, want dan gaan de zaadjes met elkaar concurreren en verstikken ze elkaar! Maak voor grotere zaden kuiltjes in de grond met een stokje . Vuistregel voor de diepte: 2-3x de zaadgrootte.
  • Bedek daarna de zaadjes met fijn ev. gezeefd of gemalen stekgrond en druk lichtjes aan, niet te hard.
    Besproei met wat water met een zachte sproeier), zeker niet teveel want anders gaan ze wegrotten en krijg je schimmel.
  • Steek een plantenlabeltje in het potje zodat je straks nog weet wat erin zit. Ik gebruik zelf het liefst plastic labels die ik beschrijf met een permanent marker van edding. Mijn ervaring is dat je met zeepsop en flink boenen met een schuursponsje die inkt er best goed afkrijgt, zodat je ze eindeloos kunt blijven gebruiken. Ik gebruik ook wel knijpers (gaan daarna gewoon weer de wasmand in) of houten tapasstokjes, maar daar verloopt de inkt nogal snel op, dus die vind ik niet ideaal. Na uitplanten in de (moes)tuin gebruik ik voornamelijk een ooit in stukken geknipte aluminium luxaflex. Die zijn echt onverwoestbaar!
  • Doe de deksel op je minikasje of bind met een eleastiekje een plastic zakje over je zaaipotje, zodat vocht en warmte niet verdwijnen.
  • Zet het zaaibakje op een warme, lichte plaats.
  • Zodra de zaadjes ontkiemen, moet je regelmatig luchten.

Verpotten

Als er minimaal 2 ‘of meer’echte’ blaadjes zijn gevormd (dus boven het eerste stel dat ze hebben als ze net boven de grond uitpiepen) kun je de jonge zaailingen verpotten en op een koelere lichte plaats zetten. Ze hoeven dan ook niet meer afgedekt te worden.

Categorie: Vermeerderen, Tuintips, Tuinverhalen Tags: Zaaien

Vorig bericht: « Chrysant
Volgend bericht: De geheimen van het stekken »

Copyright © 2026 · Joke Scholte - ArtoFakt · Log in